Typemodulering

Typemodulering

Vaststellingen inzake de voorliggende typemodules 

De typemodulering (en het erop volgende proces van modulering) dient de basis te vormen voor (1) een transparante beschrijving van het aanbod in de diverse sectoren van de integrale jeugdhulp, (2) een meer gedifferentieerde indicatie en toewijzing van kleinere eenheden van hulp die dichter aansluiten bij de vragen van de betrokken minderjarige, ouders en/of opvoedingsverantwoordelijken en (3) het zichtbaar maken van hiaten en overlap in het aanbod tussen de sectoren. De leden van de AR zijn van mening dat de typemodules zoals die nu voorliggen, een goed vertrekpunt zijn, maar nog onvoldoende uitgewerkt zijn om aan de bovenstaande doelstellingen tegemoet te kunnen komen.

De typemodules vormen een goed vertrekpunt, omdat men er voor het eerst in slaagt het aanbod uit zeer diverse sectoren aan de hand van eenzelfde begrippenkader te beschrijven. Dat is op zich zeer waardevol. Het proces van typemodulering heeft in de diverse sectoren een positieve dynamiek op gang gebracht. De raad onderkent en waardeert het intensieve werk dat de administraties en de betrokken sectoren in dit verband reeds geleverd hebben.

Toch meent de raad dat de typemodules zoals ze nu voorliggen, onvoldoende doorwerkt zijn om ze als dusdanig goed te keuren en om het proces van modulering door de diensten en voorzieningen zelf aan te vatten. We stellen immers een gebrek aan eenduidigheid en intersectorale afstemming vast. Ondanks het gemeenschappelijk gehanteerde begrippenkader werden de richtlijnen en/of de begrippen door de verschillende administraties/sectoren soms op zeer verschillende wijzen geïnterpreteerd en toegepast. Enkele voorbeelden daarvan:

–          in bepaalde sectoren werden de typemodules op een zeer gedetailleerde wijze uitgewerkt en sterk opgesplitst (bv. AWW), terwijl dit in andere sectoren eerder beperkt gebeurde om maximale soepelheid te bieden bij het verdere moduleringsproces (bv. GGZ);

–          de probleemdomeinen worden door sommige sectoren eerder minimaal, door andere maximaal aangestipt;

–          de titels van de typemodules verwijzen naar diverse elementen (bv. methodiek, problematiek, doelgroep); mede daardoor is de bestaande werkvorm die met de typemodule wordt aangeduid soms onvoldoende herkenbaar;

–          bepaalde functies (bv. toezicht, behandeling) worden op verschillende wijzen geïnterpreteerd en toegepast in vergelijkbare typemodules van diverse sectoren;

–          bepaalde typemodules worden in sommige sectoren geëxpliciteerd en zitten in andere sectoren vervat als functie of activiteit binnen een andere module (deels bepaald door sectorale regelgeving) (bv. groepswerking met ouders in BJZ/Vlaams Fonds versus AWW);

–          termen worden niet altijd op een eenduidige en correcte wijze gebruikt (bv. ambulant versus mobiel);

–          de criteria frequentie, intensiteit en duur worden niet steeds op een consistente wijze toegepast bij de typemodules van verschillende sectoren;

–          het is onduidelijk op welke gronden de aanduiding gebeurde dat een typemodule enkel op vrijwillige dan wel gedwongen basis of op beide manieren beschikbaar is (bv. vanuit bepaalde sectoren weerspiegelt dat een feitelijke situatie, vanuit andere mogelijk eerder een principiële stellingname). Bij de omschrijving van de typemodules wordt overigens niet ingegaan op de wijze waarop diensten en voorzieningen zullen omgaan met het aspect ‘gedwongen’ hulpverlening.

Aanvullend formuleren leden van de raad nog de volgende bedenkingen:

–          het onderscheid tussen de functies ‘begeleiding’ en ‘behandeling’ blijft voor een aantal sectoren zeer diffuus, wat tot uiting komt in de toepassing van deze functies;

–          het zou in de voorstelling van de typemodules duidelijker zijn om bij de parameters van frequentie, intensiteit en duur de ‘bandbreedte’ aan te duiden, in plaats van een gemiddelde;

–          de vertegenwoordigers van ouders pleiten voor het consequent gebruik van de termen ‘minderjarigen, ouders en/of opvoedingsverantwoordelijken’ in plaats van ‘cliënten’.

De raad wenst ten slotte de volgende bedenking te formuleren bij het procesverloop van de typemodulering. De typemodules zijn door de administraties in overleg met de betreffende sector uitgewerkt. De intersectorale werkgroep van administraties heeft echter wijzigingen aangebracht in de typemodules, die niet meer door het werkveld werden geëvalueerd en/of bekrachtigd. De adviesraad betreurt deze werkwijze en had liever een terugkoppeling van de sectorale typemodules naar elk van de betrokken sectoren gezien, vooraleer de typemodules voorgelegd werden aan de adviesraad. In de sector van het Vlaams Fonds waar de terugkoppeling wel gebeurde, leidde de feedback van de administratie en de sector niet meer tot aanpassingen van de typemodules.

Geef een reactie