Incidentenregistratie

Gelukkig zijn incidenten een zeldzaamheid. Daarmee hebben we niet gezegd dat heel wat andere risicosituaties geen realiteit zouden zijn. Wel integendeel. Maar veelal wordt daar niet mee naar buiten gekomen, en hebben we deze in het verleden maar zelden gesignaleerd. En dat hadden we beter wel gedaan. Er is altijd geprobeerd geweest, met de riemen die we hadden, ons telkens zelf uit de slag te trekken. Maar zo zijn de problemen niet steeds ten gronde aangepakt geweest.

Nogal wat van hen zijn grotendeels structureel te categoriseren en hebben te maken met de typische organisatie van de bijzondere jeugdbijstand, met de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden, en de doelgroep waarop we ons richten. Zelfs cliëntgebonden kenmerken als agressie, vandalisme e.d.m. hebben een structurele component omdat zeker een deel van de consequenties voorkomen of afgezwakt kunnen worden door bv. een grotere inzet van personele middelen op risicovolle momenten. De aangehaalde moord op de begeleidster kan hierbinnen begrepen worden.

Kan een overheid, die slechts sporadisch hoogte krijgt van risicosituaties in voorzieningen, aanspreekbaar zijn voor onze bekommernissen op dit vlak ? Kunnen onze beleidsverantwoordelijken beseffen welke risico’s, gevaarssituaties zich voordoen in onze voorzieningen ? Wij hebben het hen alleszins niet consequent ter kennis gebracht.

Binnen VZW Jongerenbegeleiding willen we daarom minstens het initiatief nemen om van elke voorziening de incidentenregistraties te bundelen. Ook de andere koepels hebben hun belangstelling voor dit initiatief getoond. Concreet komt het er op neer dat naast de interne incidentenregistratie, de voorziening ook het tweede registratieformulier invult en doorstuurt.

Alle voorzieningen kunnen nu reeds beginnen met de systematische registratie van de incidenten die beantwoorden aan onderstaande definitie:
“Ernstige bedreiging voor de integriteit (fysiek, psychisch, materieel) van de in de begeleiding betrokken medewerker waarbij deze oordeelt dat de normale werkprocedures niet voor voldoende controle zorgen over de situatie en waarbij de aansprakelijkheid van de voorziening of van de begeleider in het geding komt.”

Wij denken aan situaties van :
– fysieke agressie t.a.v. de begeleider of de betrokken medewerker
– incident op materieel gebied vastgesteld door medewerker (bv. inbraak)
– risicosituatie of incident op vlak van de fysieke integriteit van de medewerker (bv. hygiënische omstandigheden, gevaarlijke hond, …)
– risicosituatie of incident op vlak van de psychische integriteit van de medewerker (bv. bedreiging)
– medewerker wordt door cliënt beschuldigd van een ernstig feit.

Het is niet onze bedoeling om met dit instrument het geweld te accentueren. Het blijvend zoeken naar benaderingen om agressie te voorkomen en het benadrukken van de mogelijkheden bij het werken met jongeren binnen de BJB krijgt onze grootste aandacht. Wel willen we de overheid attent maken op de risico’s die hulpverleners binnen de BJB lopen en de roep om een degelijk veiligheidsbeleid binnen de voorzieningen versterken.